
Marnix Bakermans: ‘Als burgemeester doe je ertoe, maar het gaat niet om mij’
Hallo Hier BommelZALTBOMMEL - Voor de serie Hallo Hier Bommel interviewt Rein van Willigen bijna wekelijks een bekende of minder bekende inwoner van de Bommelerwaard. Deze week staat in de Bommelerwaardgids een interview met waarnemend burgemeester Marnix Bakermans van de gemeente Zaltbommel. In de krant staat een korte versie van het interview, hieronder het volledige verhaal:
“Ik heb al veel mensen leren kennen. Ze zijn op mijn uitnodiging om kennis te maken ingegaan. Ik ben hier snel ondergedompeld. Daar hoef je weinig moeite voor te doen. Maar natuurlijk heb ik nog niet iedereen gezien. De lijst is onbeperkt. Ik kende het stadje Zaltbommel; een mooie historie. Het gebied, de uiterwaarden, kende ik niet”, geeft Marnix Bakermans (1968), sinds 1 augustus waarnemend burgemeester van de gemeente Zaltbommel, eerlijk toe. Hij doet er alles aan om de inwoners in rap tempo te leren kennen.
Bommel is gehuld in een vochtige wattendeken, mist genaamd. Het heeft de in het Noordbrabantse Zeeland wonende Marnix er niet van weerhouden ruimschoots op de afgesproken tijd aanwezig te zijn. “We gaan eerst koffie regelen”, klinkt het uiterst gastvrij. Vooruitstruinend richting burgemeesterskamer, zegt hij: “Jij weet hier vast de weg wel.” Een antwoord wordt niet afgewacht; Margot Schreuders, medewerkster Kabinetszaken, krijgt een hartelijk goedemorgen aangereikt.
In Marnix’ werkkamer prijst hij het uitzicht over de A2, waar eindeloze slierten auto’s in een niet te stuiten ruizend geluid voorbij razen. “Het gebouw raakt op zijn eind.” Om zijn opmerking kracht bij te zetten, drukt hij op een ruit. Meteen stroomt het geluid van de vierwielers nog duidelijker de werkkamer van de burgemeester binnen.
Gezin
Marnix is in zeer korte tijd gaan houden van zijn gemeente. Toch zal hij er tegen de voorgeschreven regel in, dat een burgemeester daar woont waar hij werkt, geen huis zoeken. “Wat ik je eerder vertelde, heeft dat te maken met mijn vrouw. Ze heeft een niet-aangeboren hersenletsel.” Het gevolg van een val in huis. Drukte, prikkels, dat is te veel voor haar. “Het overkomt je”, zegt Marnix in zijn rol van trouwe echtgenoot. “We kunnen met het gezin niet uit eten gaan. Dat is te druk. We leven al jaren zo. We leven in het rustige buitengebied. Met een tuin.”
Lijkt Marnix nu wat honkvast, verhuizen kwam in zijn verleden nogal eens op zijn pad. “Ik weet niet beter. Ik ben in Eindhoven geboren, vader werkte bij Philips. Daarna naar Budel verhuisd, Uden, Schijndel, Arnhem.” In enkele seconden passeren de zuidelijke kaarten van de befaamde Bosatlas. Met een glimlach: “Je had steeds nieuwe vrienden.”
Hockey
Marnix’ jeugd was in zijn ogen zorgeloos, gelukkig. “Ik had twee broers en een zuster. Ik ben het derde kind. Moeder werkte bij de politie; ze stopte ermee toen er kinderen kwamen.” Dat was destijds regel! Het voordeel voor de kinderen Bakermans was wel dat moeder er altijd was. “En toch hebben een vrije opvoeding gehad. Veel sport gedaan. Hockey. Dat doe ik nog. Een keer tegen MHC Bommelerwaard gespeeld. En gewonnen, haha.”
Rechtvaardigheid
Terugduikend in zijn verleden: “Over de middelbare school, de havo, heb ik zeven jaar gedaan. Ik was niet de makkelijkste. Ik vond van alles wat. Ik had moeite met gezagsverhoudingen. Ik vond, en nog, iedereen gelijkwaardig.” In zijn rol van burgemeester laat hij zich het liefst zonder stropdas en ambtsketen zien. “Ik heb niet veel met tekenen van verhouding. Tenslotte zijn we allemaal mens. Ik ben heel sterk voor rechtvaardigheid, verbinding. Ik houd niet van onrecht. Toon en taal vormen de gereedschapskist. Fijn als je weet wat de norm is, maar mijn norm is géén heilige norm. Mijn kinderen, 17, 19 en 22 zijn de pubertijd door. Dan mogen ze van mij drinken. Ik was twaalf toen een oom zei: ‘Neem een slokje pils!’ Ik geef mijn kinderen, één woont niet meer thuis, veel vrijheid; maar ik ben ook streng. Er zijn wel grenzen. Mijn jongste is uitgesproken over het milieu; hij eet geen vlees en hij vliegt niet. Op school was een uitwisseling. Er zou gevlogen worden. ‘Pap, dan kan ik niet mee!’ Netjes. Ik herken in hem mezelf. Ik vlieg ook niet. Doe maar gewoon. Tentje achterin de auto. En ik heb een hectare grond rond mijn huis. Ik wist eerst niet wat ik ermee moest doen.”
Inmiddels heeft Marnix het tuinieren ontdekt. Hij laat zich van zijn natuurbewuste kant zien. “We moeten goed omgaan met de natuur. Als we in de openbare ruimte bomen planten, kunnen dat toch fruitbomen zijn. Daar kunnen we letterlijk de vruchten van plukken; dan hebben we geen voedselbank meer nodig.”
Jong Uden
Tuinieren, sport, politiek. In 1997 richt hij de lokale partij Jong Uden op. “Ik kende iemand bij RTL5. Uden kreeg wat aandacht. We haalden daardoor twee zetels.” Tussen neus en lippen: “In die tijd was ik een flierefluiter; ik zat achter de meiden aan.” Vijf jaar later zit hij in het college van B&W van de gemeente Uden. “Ik heb voor de politiek gekozen om verantwoordelijk voor mensen te zijn. Ik dacht ook: ‘Wij kunnen het beter!’ Maar ik ben niet veel beter dan een ander. Ben ik een wereldverbeteraar? Op een bepaalde manier wel. Ik was werkzaam in de financiën. Maar daar zag ik niets meer in.”
In 2013 wordt Marnix, zonder verbonden te zijn aan een partij, burgemeester van Landerd. Nadat deze gemeente met Uden is opgegaan in de gemeente Maashorst is hij burgemeester af. “Jong Uden heet nu Jong Maashorst; het bestaat dertig jaar”, meldt hij niet zonder trots. Vanaf september 2023 tot juni 2024 is hij waarnemend burgemeester van Dongen. Voor hij burgemeester van de gemeente Zaltbommel wordt “...ben ik barkeeper geweest. Tijdelijk.”
Mont Ventoux
Wat hem over zijn huidige gemeente opvalt is “...dat het verenigingsleven zo actief is. De scouting is net zo actief als wij vroeger waren. Als kinderen het druk hebben, doen ze veel.” Wijzend op de smartphone: “Waar ik vroeger een boek las, kijken ze nu op dit apparaat. Ik lees graag John Grisham. Ik ben niet van de hoogdravende literatuur. Ontspanning. Net weer twee, drie boeken uitgelezen. Ik lees redelijk snel. En ik ben ook veel buiten, met de hond, of hardlopen. Straks ga ik bij het fitnesscentrum hardlopen. Daar haal ik mijn ontspanning uit. En met mijn broer de Mont Ventoux veroveren. Een bekende is aan ALS overleden. Daarom halen we geld op. Het helpt als je een doel hebt. Ik merk wel dat de jaren gaan tellen. In 2010 ging het hardlopen me makkelijker af dan nu.”
Toon en taal
Zijn rol van burgemeester gaat hem wel makkelijk af; hij doet het zichtbaar met veel plezier. Nuchterheid is hem niet vreemd. “In Zaltbommel is er een evenementenbeleid. Evenementen moeten er zijn. Dat vindt iedereen. Maar niet in zijn of haar tuin. Dan moet je afwegingen maken; wat vinden we belangrijk? Dat mensen elkaar ontmoeten of moeten we dat dan maar niet doen? Dan moet je afwegen. Dat kan polariserend zijn. Het is de kunst het gesprek open te houden. Een mening is duidelijk niet in beton gegoten. Toch komt er een moment dat je een besluit neemt. Dat moet je verdedigen; de gewichtjes van het algemeen belang erop leggen. Als burgemeester moet je een manier vinden dat mensen bij elkaar zijn. Toon en taal doen veel. Je kunt op een meer of mindere mate iets doen of zeggen. Ik ben van alle partijen. Ik heb geleerd voor de samenleving iets te doen. Ik ben in het vak gegroeid; in ontspannenheid iets doen. In Landerd en Dongen was ik strakker. Er is geen opleiding tot burgemeester. Ik ken mijn positie, ik weet hoe de mensen reageren.”
Ondertussen weet hij ook dat zijn burgemeesterschap van beperkte duur is, tweeënhalf jaar. “Normaal ben je zes tot acht maanden waarnemend. Dat is veel onrustiger. Ze gaan geen gesprek met je aan als ze weten dat er over een paar maanden iemand anders zit.”
Toekomst
Over de toekomst van zijn huidige gemeente, zegt Marnix: “De politiek moet nieuwsgierig zijn hoe het erover vijftien jaar uitziet. Pand 9, De Aak, Nederhemert, Poederoijen... De kerk is een instituut. Hartstikke mooi. Maar hoe zitten we er in 2040 bij?” vraagt hij zich af. “Ik denk niet dat de Bommelerwaard dan één gemeente is. Ga je voor de scholen en de speeltuinen, dan moet je de gemeente opknippen. Wil je meegaan in de vaart der volkeren, dan moet je groter worden. Het mag ook wel schuren. Mijn voorgangers Peter Rehwinkel en Pieter van Maaren hebben hier ook van alles opgebouwd. De Bommelaar mag met een positief gevoel wat vaker zeggen: ‘Wat hebben we het verrekt goed met elkaar’ Kijk naar wat we zijn, niet naar onze verschillen. Wat is ons DNA? De Bommelaar is bescheiden. En de Bommelaar is trots op zijn Bommel. De Bommelaar weet wat ie wil; daar heeft hij de hele wereld niet voor nodig. De gemeente Zaltbommel heeft hetzelfde als Brabant: de achterdeur staat open. Zo’n Pand 9 waar naar elkaar wordt omgekeken. Het ondernemerschap zit in onze DNA. Kijk naar Wim...Wim... hoe heet ie? O ja, Wim Lambooij van de kringloop, hij is ook een ondernemer.”
Met brede armgebaren onderstreept Marnix zijn betoog. “Ik heb een soort bescheidenheid en ik ben extravert. Die expressie... Ik weet dat ik aanwezig ben. Ik heb mijn ego management op orde. Ik ben groot waar ik groot moet zijn en klein waar ik klein moet zijn. Ik ben een ongelooflijke ADHD-’er. Maar ik heb het onder controle.” Net als zijn bescheidenheid. “Ik houd geen dagboek bij, nee. Krantenartikelen bewaar ik ook niet. Als burgemeester doe je ertoe, maar het gaat niet om mij. Als je je werk met plezier doet, voelt het niet als werk.”
Rein van Willigen















