
Het Verhaal van de Hoedendoos (Feuilleton deel 3)
AlgemeenDeel 3 van het feuilleton van Frans van den Heuvel
Het overige deel van de Molenheide werd aan hem verhuurd voor leemdelving tegen 400 gulden per hectare.
De steenfabriek rendeerde geweldig. Er werd in die tijd veel gebouwd en de bakstenen waren niet aan te slepen.
De Molenheidense leem was van prima kwaliteit. Had een wat paars/blauwe kleur. Het hoofdkantoor van de NS, bijgenaamd de Inktpot, is gebouwd met 22 miljoen stenen die gebakken zijn met leem, afkomstig van de Molenheide.
Een van de zonen van Roelof Quick, Cornelis, was met Van der Elst meegegaan naar Schijndel en schopte het zelfs tot bedrijfsleider. Hoogstwaarschijnlijk kwam zijn zuster Johanna via hem in contact met Nicolaas Dekker, afkomstig uit Boxtel en werkzaam als machinist op de steenfabriek. Ze verloofden zich en trouwden op 19 november 1908 in Zaltbommel maar vestigden zich in Schijndel.
Tijdens de vijf jaar die volgden werden hun drie kinderen geboren. Twee zonen en een dochter. Johanna had het er ongetwijfeld druk mee.
De periode van de eerste wereldoorlog bracht veel onzekerheid met zich mee maar gelukkig bleef Nederland buiten de oorlogshandelingen. Vluchtelingen uit België waren er genoeg in Nederland. Het ging om echt grote aantallen. Ze waren verspreid over het hele land. Er zaten veel schrijnende gevallen tussen.
Op een dag stond er een jonge vrouw aan de deur met een klein meisje van een jaar of vier aan de hand. De vrouw vroeg of Johanna even op de kleine wilde passen want ze had wat dringends te doen en daar kon ze de ‘kleine’ niet bij gebruiken. Ze zou haar later weer komen ophalen. Het kindje heette Joseke!
Johanna zei geen nee en nam haar mee naar binnen. Joseke kreeg wat te eten en te drinken en Johanna knapte haar een beetje op want ze zag er niet bepaald schoon uit. Aan het eind van de dag gebeurde er niets. Ze werd niet meer opgehaald! Het kind bleef noodgedwongen bij de familie Dekker.
Na een week of zo was Joseke gewend aan haar nieuwe omgeving en vertelde ze dat haar mama dood was en pappa terug was naar Duitsland. Wie de vrouw was die haar hier had achtergelaten wist ze niet. Ze was met een grote groep gekomen.
Johanna had haar vriendin Cor in Zaltbommel het hele verhaal in geuren en kleuren verteld en dat ze zich graag wilde ontfermen over het kleine meisje. Adopteren, nee, dat wilde haar familie niet, maar voorlopig als pleeggezin fungeren kon dan weer wel.
Frans van den Heuvel, word vervolgd















