
Gedenkbord voor verzetsstrijder in Zuilichem onthuld (met foto’s)
AlgemeenZUILICHEM – Ter nagedachtenis aan Jan Dirk Fuykschot is op Bevrijdingsdag in Zuilichem een gedenkbord onthuld. Burgemeester Marnix Bakermans verrichtte de onthulling, in het bijzijn van Jan Dirk’s zus. ‘Wij vonden het heel gewoon, wat Jan deed.’
“Er werd niet over gepraat”, zijn de woorden die de 95-jarige Bep Benckhuijsen dinsdagavond 5 mei meerdere malen herhaalt. Op de Waaldijk in Zuilichem wordt op deze dag een gedenkbord van haar broer Jan Dirk Fuykschot onthuld. Hij zorgde tijdens de laatste drie jaren van de oorlog dat diverse Joden naar de vrijheid ‘gesmokkeld’ konden worden. Ze werden in de woning aan de Waaldijk opgevangen voor korte of langere tijd en verborgen gehouden voor de Duitsers. Ook werden vele evacuees hier ondergebracht die huis en haard waren kwijtgeraakt door het oorlogsgeweld. Daarnaast verspreidde Jan Dirk het illegale verzetsblad ‘Trouw’ én zorgde hij ervoor dat illegale voedselbonnen terecht kwamen bij gezinnen die onderduikers in huis hadden.
Werkkamp
Jan Dirk bleef lange tijd onder de radar, totdat hij aan het eind van de oorlog werd opgepakt, gevangengezet en zwaar verhoord. Hij werd daarna overgebracht naar een werkkamp in Veenendaal, Amsterdam en Bocholt, waar hij wist te ontsnappen. Voor zijn verdiensten is hij in november 2001 onderscheiden met een eremedaille in zilver van de Orde van Oranje-Nassau. Eind december 2003 overleed hij op 92-jarige leeftijd.
Voedselbonnen
De onthulling van het bord voor de verzetsstrijder bracht vorige week dinsdag veel inwoners van Zuilichem naar de Waaldijk. Het bord heeft een bijzondere plaats; pal voor het woonhuis op nummer 32 waar Jan Dirk woonde en opgroeide in een gezin met twaalf kinderen. Bep Benckhuijsen is zijn jongste zus en als enige van het gezin nog in leven.
(Tekst loopt door onder de foto’s)
![]()
![]()
![]()
V.l.n.r.: Bewoner Jacques Mombers, Bep Benckhuijsen en burgemeester Bakermans. Foto’s: Marielle Pelle
Na de onthulling gingen de aanwezigen naar binnen in het woonhuis, waar het gezin Fuykschot woonde en de oorlog beleefde. Het riep veel herinneringen op bij Bep: “Het was de Joodse meneer Hes uit Zaltbommel die als onderduiker in de bedstede verstopt zat. Hij schilde elke dag voor mijn moeder de aardappels, elke dag een emmer vol.” Jan Dirk zorgde ook voor voedselbonnen voor onderduikers en was betrokken bij de verspreiding van blaadjes. “Wij vonden het heel gewoon, wat Jan deed. Ja, Jan was apart, maar zo was Jan nu eenmaal.”
Regelmatig waren er ook Duitse soldaten ingekwartierd, maar dit hield Jan Dirk volgens Bep niet tegen: “Twee Duitse soldaten kwamen uit Heusden en werden bij ons ingekwartierd. Even later stapte Jan binnen, met een jonge onderduiker, niemand had paniek. Jan zei rustig dat hij ons neefje Freek uit Den Haag had meegebracht. We deden allemaal net alsof het ons neefje was, maar we hadden hem nog nooit gezien. Ik vraag me af of de Duitsers dit niet door hadden.”
Zwijgers
Wij zijn zwijgers”, vervolgt Bep. “We praatten er nooit over met elkaar, we vonden het gewoon. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit tegen een vriendinnetje heb gezegd dat wij onderduikers hadden.” Een neef vult aan: “Wij wilden dat oom Jan vertelde, maar hij vertelde nooit iets. Pas de laatste jaren is hij gaan praten.”
Enkele jonge vrouwen luisteren stil naar de verhalen, Bep schuift op haar stoel, pakt haar stok en zegt terwijl ze de jonge vrouwen aankijkt: “Het is net of Jan nu gewaardeerd wordt, maar er mocht niet over gepraat worden.”












