
ADVERTORIAL: Dierlijke mest als voeding voor de toekomst
AlgemeenHet lijkt zo vanzelfsprekend: je plant iets, je geeft het water en het groeit. Maar zonder de juiste voeding in de bodem blijft die groei snel achter. Net als mensen hebben planten voedingsstoffen nodig om sterk en gezond te blijven. Waar meestal kunstmest wordt gebruikt, gaan glastuinbouwondernemers op zoek naar groenere alternatieven.
In een kas draait het niet alleen om wat er boven de grond gebeurt. Juist onder de grond ligt de basis. Glastuinbouwondernemer Koen Kreling van Diamond Flowers in Zuilichem zoekt continu naar manieren om groener te telen. Minder kunstmest gebruiken is er daar een van. Twee jaar geleden startte hij een samenwerking met een lokale melkveehouder en verving hij in een klein deel van zijn chrysantenkas kunstmest door gedroogde koemest. Sinds september draait er een pilot op zes hectare met vaste koemest en twee vloeibare meststofstromen uit de varkenshouderij. ‘Boeren willen van hun mest af en wij hebben voeding voor onze planten nodig. Zo kunnen we elkaar helpen’, licht Koen toe.
Op zoek naar de laatste 10 procent
Op dit moment lukt het hem om ongeveer 90 procent van de bemesting groen in te vullen. ’We zoeken nog naar die laatste stap naar 100 procent’, zegt Koen. Die stap blijkt uitdagend. Waar kunstmest exact is samengesteld, is dierlijke mest minder voorspelbaar. ‘Kunstmest wordt verkocht met vaste gehaltes. Maar elke partij dierlijke mest is net weer anders. Daardoor moet je veel beter in de gaten houden wat er in de bodem gebeurt’, legt Koen uit. Hij laat daarom regelmatig grond- en watermonsters nemen en analyseren. ‘Bij kunstmest weten we precies hoeveel we moeten geven, nu zijn we het wiel opnieuw aan het uitvinden voor dierlijke mest.’
Om ook die laatste 10 procent te kunnen vervangen, richt de glastuinbouwondernemer zich op de basis van de plant: de wortels. In een deel van de kas werkt hij met goede schimmels en bacteriën in de bodem. Die moeten de wortels van de plant versterken, zodat de plant nog beter voedingsstoffen uit de bodem op kan nemen.
Samen verder komen
Koen is positief over de stappen die zijn gezet. ‘We zijn twee jaar geleden begonnen. We willen naar 100 procent groen. We zijn er nog niet, maar wel op weg.’ De kennis die hij opdoet, deelt hij bewust met anderen. ‘We houden het niet voor onszelf. Door te delen, kunnen we als sector samen verder komen.’ De chrysantenkweker kijkt daarbij verder dan alleen het label ‘groen’. ‘Er is veel mogelijk met duurzame meststoffen, maar je moet wel kritisch blijven. Soms is er veel energie nodig om zo’n product te maken. Dan moet je je afvragen: hoe groen is het dan nog?’ zegt hij. ‘Als je duurzaam wilt zijn, moet je er zelf ook echt achter kunnen staan. Koemest lijkt voor ons daarin een goede basis.’








