
Historische promotie Jeu de Bommel 1: ‘Hopelijk verdwijnt nu het imago van ‘ouwelullensport’’
SportnieuwsZALTBOMMEL - Voor het eerst in de clubhistorie is het eerste team van Jeu de Bommel erin geslaagd te promoveren naar de Topdivisie. Daarmee is de pétanque-vereniging verzekerd van minimaal één seizoen op het hoogste niveau van Nederland.
Met maar liefst vijf punten voorsprong op de nummer twee van de Tweede Divisie breekt voor Jeu de Bommel 1 halverwege december de winterstop aan. De competitie is precies halverwege en het is zeer de vraag of de tweede seizoenshelft van de Nationale Petanque Competitie (NPC) nog hervat gaat worden.
Het eindoordeel daarover volgt pas eind januari, na de zoveelste persconferentie over de coronamaatregelen. Vanwege het hoog opgelopen aantal inhaalwedstrijden én de personele problemen bij de competitieteams, besluit de overkoepelende bond om de NPC niet meer uit te laten spelen. Jeu de Bommel 1 promoveert naar de topdivisie, het hoogste niveau van Nederland.
Dubbel
Een unicum. Trainer Dino Naso (72) is logischerwijs trots op zijn ploeg. “Dit is een prachtige prestatie. Iedereen is blij, de hele club is blij; het geeft een hartstikke goed gevoel.” Ook speler Edwin van Mourik kan zijn geluk niet op. Hij heeft ruim dertig jaar ervaring in de sport, maar vindt deze promotie één van de hoogtepunten uit zijn carrière: “Het is heel leuk om de Topdivisie te bereiken met zo’n jong team met stuk voor stuk gedreven mensen. Het geeft wel een beetje een dubbel gevoel dat de competitie nu eerder is gestopt, maar omdat de competitie op de helft was, zijn we alle tegenstanders een keer tegengekomen. Ik had de competitie graag afgemaakt, want dan waren we ook kampioen geworden”, stelt Van Mourik zelfverzekerd.
Gedisciplineerder
Twee jaar geleden kreeg het eerste team van Jeu de Bommel een aanzienlijke kwaliteitsinjectie. Door de komst van een getalenteerd Belgisch stel met ervaring op hoog niveau werden de doelen van Jeu de Bommel flink naar boven bijgesteld, vertelt Van Mourik: “Zij zochten een team dat echt gezellig was, maar wel met de intentie dat ze ons hoger konden brengen. Het petanquewereldje is een klein wereldje, dus wij wisten dat zij altijd topdivisie hadden gebouled. Toen hadden we gelijk het idee; ‘nu moeten we kunnen promoveren’.” Dat beaamt Naso: “Zij zijn hartstikke goed, maar iedereen is goed. Met zijn tweetjes hadden ze dit niet gekund”, aldus de petanque-veteraan, die hoge verwachtingen koestert van zijn team in de Topdivisie. “We hebben een héél goeie en sportieve ploeg en de sfeer onderling is ook heel goed. We zullen niet meteen het eerste jaar kampioen worden, maar een derde plaats is haalbaar. Je moet wat geluk hebben en de vorm van de dag is belangrijk, maar als we het net zo goed doen als het afgelopen seizoen, kan het bijna niet mis gaan.”
Van Mourik is iets terughoudender: “Eerlijk is eerlijk; ‘erin’ blijven is het belangrijkst. We moeten volgend seizoen nog harder en gedisciplineerder trainen dan we nu doen. Ook kunnen we een nog hechter en beter team worden, waarin er niet meer vaste teams zijn, maar iedereen met iedereen samen kan spelen.”
Imago
Het moge duidelijk zijn; de ambities van Jeu de Bommel zijn groot en staan in schril contrast met het algemene beeld van de sport. “Alsof het alleen iets is voor oudere mensen die iets te doen willen hebben als het mooi weer is. Maar op ons niveau spelen alleen jonge mensen, dat is pure topsport”, aldus Naso, die zich hoorbaar opwindt. Van Mourik vult aan: “Bij negentig procent van de mensen staat het bekend om de oude mannetjes in Frankrijk die een balletje gooien, maar dat is het voor ons absoluut niet. Hopelijk verdwijnt in Zaltbommel nu het imago van ‘ouwelullensport’.”
Accommodatie
Naast het eerste team, wist ook het tweede team van Jeu de Bommel kampioen te worden en dat de volledige vereniging in de lift zit, blijkt wel uit het nieuws dat vorige week het huurcontract voor het gloednieuwe complex aan de Van Heemstraweg is getekend. De bouw start op korte termijn en naar verwachting start de ploeg van Naso het Topdivisie-seizoen op de nieuwe accommodatie: “Alsof het zo had moeten zijn”, besluit Van Mourik.








