bird
zondag 16 juni | 07.37 uur

Zaltbommelse omgang met Joodse eigendommen ‘had veel erger gekund’

14-11-2023 16:44
uur
Door: Dominik Morawiak
mikwe_zaltbommel
Vaste Joodse tentoonstelling. Archieffoto: Het Mikwe

ZALTBOMMEL – Wat was de rol van de voormalige gemeente Zaltbommel in de gang van zaken rondom bezittingen en naheffingen van belastingen van Joodse inwoners tijdens en na de Tweede Wereldoorlog? De antwoorden op deze vraag staan centraal in het onlangs gepresenteerde rapport ‘Boter op het hoofd?’ waar Ester Vink, historica en bestuurslid van Stichting Mikwe, ruim twee jaar aan gewerkt heeft.

In oktober 2020 stelde de gemeenteraad van Zaltbommel schriftelijke vragen over dit onderwerp. In december dat jaar heeft het college een opdracht aan Vink gegeven om te onderzoeken in hoeverre de gemeentelijke organisatie betrokken is geweest bij oorlogstransacties omtrent de eigendommen van de Joden.

Voor het onderzoek is Vink ruim twee jaar diep het kadaster ingedoken. Het onderzoeksterrein betrof de huidige gemeenten Zaltbommel en Maasdriel en de dorpen Haaften, Tuil, Hellouw, Herwijnen en Waardenburg. Het hele gebied vormde vroeger de Joodse gemeente Zaltbommel.

Verrijkt
“Binnen de Joodse gemeente Zaltbommel woonden kort voor het uitbreken van de oorlog zo’n zeventig Joden. De Joodse huiseigenaren binnen het werkgebied zijn tijdens de oorlog beroofd van in totaal 59 panden”, schrijft Vink in haar rapport. “41 woonhuizen en zes loodsen, pakhuizen of schuren binnen en buiten Zaltbommel, vijf huizen van Joodse eigenaren uit Rossum en zes huizen en één schuur van Joodse eigenaren uit Herwijnen.”

Jan Boll, de toenmalige NSB-burgemeester van Zaltbommel, blijkt een grote rol te hebben gespeeld in de afhandeling van de achtergelaten goederen van de Joden. “Uit het onderzoek blijkt dat burgemeester Boll zich persoonlijk heeft verrijkt met roerende goederen en met verdachte transacties met onroerende goederen van Joden”, schrijft Vink.

Nabestaanden
Niet alleen de NSB’ers, maar ook het gemeentebestuur probeerde het onroerend goed van Joden over te nemen. Zo wilde in 1941 de gemeente de gronden van de erven Van Blijdenstein krijgen om Zaltbommel uit te breiden. “De gerechtelijke procedure na de oorlog liep uit op een nederlaag voor de gemeente”, schrijft Vink. Ook de overnames van een boomgaard van Bernard Salomon Drievoet uit Zaltbommel en het huis Molenstraat 10 van Bernard Salomon van Straten uit Herwijnen zijn uiteindelijk mislukt.

De teruggekeerde Joden in Zaltbommel moesten - conform het landelijke beleid - belastingen en heffingen voor hun vastgoed betalen, terwijl dat gedaan had moeten worden door oorlogskopers of NSB-huurders. "Het was officieel de bedoeling dat deze lasten bij de afhandeling van herstelprocedures verrekend zouden worden, zodat teruggekeerde Joden of hun nabestaanden geen schade zouden lijden”, aldus Vink. "Of dat inderdaad is gebeurd, blijft onduidelijk.”

Transparant
Toch noemt Vink de resultaten van haar onderzoek hoopgevend. "Het had veel erger gekund in Zaltbommel vergeleken met andere gemeenten”, concludeert ze. Hen Meesterman, voorzitter van Stichting Mikwe, is blij met de totstandkoming van het rapport. "We hebben transparant inzicht gekregen in de manier hoe omgegaan is met Joodse eigendom en bezittingen. Het sluit heel goed aan bij de doelen van de stichting. We kunnen de informatie gebruiken in het project van QR-codes bij de wandelroutes langs voormalige Jodenhuizen.”

Het volledige rapport bestaat uit 386 pagina's en zal te vinden zijn op de website van gemeente Zaltbommel.

Tags

Joodse eigendommen