
Touchscreen in Museum Stadskasteel: ‘Mensen maken er volop gebruik van’
AlgemeenZALTBOMMEL - In Museum Stadskasteel kunnen bezoekers sinds kort de gangen van de illustere laatmiddeleeuwse veldheer Maarten van Rossem volgen op een groot touchscreen. Vooral de jeugd is er gek op.
De naam Maarten van Rossem is onlosmakelijk verbonden aan Zaltbommel. Toch weten de meeste Bommelerwaarders weinig over hun beroemde streekgenoot die rond 1535 een imposant woonhuis in zijn (vermoedelijke) geboortestad liet bouwen.
Waarom kreeg hij de bijnaam Zwarte Maarten, bij welke militaire acties was hij betrokken, en welke kastelen en landerijen bezat of beheerde hij elders in ons land? In het plaatselijk museum, gevestigd in het Maarten van Rossemhuis aan de Nonnenstraat, staat sinds kort een interactief scherm opgesteld dat antwoord geeft op al die vragen.
Trekpleister
Conservator Roland Gieles (35), sinds begin 2019 verantwoordelijk voor de museumcollectie en de presentatie daarvan, speelde naar eigen zeggen al langer met het idee. “In de kamer die gewijd is aan het leven en de daden van Maarten konden we door ruimtegebrek niet het complete verhaal vertellen”, vertelt hij.
“Met prenten, schilderijen en filmpjes kwamen we weliswaar een heel eind, maar met deze trekpleister erbij kunnen we nu een veel groter deel van het verhaal op een laagdrempelige manier laten zien.”
Markeren
Wie de eigentijdse presentatie bekijkt, ziet dat het ‘werkterrein’ van de vechtlustige legeraanvoerder zich uitstrekte over een groot gebied. “Bij het maken van de kaart begon ik met het markeren van landerijen en gebouwen die aan de veldheer gebonden zijn, zoals het Bommelse stadskasteel”, vertelt de historicus over zijn werkwijze.
“Daarna bracht ik belangrijke militaire gebeurtenissen in kaart, zoals de inval in Den Haag in 1528 en de mislukte aanvallen in Brabant, 14 jaar later.”
Subsidie
De eerste reacties zijn positief. “Mensen maken er volop gebruik van”, constateerde Gieles de afgelopen dagen, “wellicht omdat het een makkelijke en snelle manier is om een reis te maken door de wereld van deze ‘Heer van Rossem en Poerderoyen’.”
Het project kon worden gerealiseerd dankzij een subsidie van de provincie Gelderland.










