
Jan van Eck moet na 25 jaar zijn chalet verlaten en afbreken: ‘Ik ga eraan onderdoor’
AlgemeenBRUCHEM - “Ik raak mijn paradijsje kwijt. Je kunt rustig stellig dat het aan mijn gezondheid vreet. Ik slaap slecht. Dan vat ik maar een slaaptabletje “ Met op de loer liggende tranen vertelt Jan van Eck (1955) over de naderende onheilsdatum 1 augustus. Dan moet hij na 25 jaar woonplezier zijn chalet op Camping ‘t Meulenhuis verlaten én afbreken. Maar wat dan?
Jan en zijn tweelingbroer Peter van Eck zijn wereldberoemd in Zaltbommel. Ooit bestierde het duo een friteszaak in de Gasthuisstraat, waar tegenwoordig Perla di Cairo gevestigd is. “De Binky’s. We werden er vroeger altijd voor uitgescholden. Toen hebben we onze zaak ook zo genoemd”, lacht de vroegere uitbater. “Als De Boemel op vrijdagavond dichtging, zat onze tent vol.”
Schoenzool
Eén van de klanten is dol op schnitzels. “Hij bestelde dan altijd een schoenzool. Toen hebben we hem voor de grap een keer een schoen met frites geserveerd.” Vier jaar runnen de broers de destijds immens populaire fritestent. “Daarna heb ik, zonder Peter, acht jaar Ollie Bommel (het huidige Maxima) gehad.”
Behalve om de snacks is Jan ook bekend om zijn Bommelse voetbalcarrière. “Vanaf mijn zesde zat ik bij N.I.V.O.-Sparta. Cees Rike was er de trainer. Met mijn vader Sijmen als trainer kwam ik later in Zuilichem terecht. Toen hij trainer werd in Meteren, ben ik met hem meegegaan.” Rond zijn dertigste houdt Jan het voetballen voor gezien.
Tranen
Hoewel Jan zijn halve leven buiten zijn geboorteplaats Bommel heeft gewoond, noemt hij zich nog steeds een Bommelaar. “Een rasechte. Voor honderd procent. Ik kom nog vaak in de Bosschepoort.” Vanwege zijn huwelijk belandt de Bommelaar in Aalst. “Daar had ik het goed naar mijn zin. Negen jaar gewoond.”
De scheiding gooit roet in het eten en Jan komt in Bruchem terecht. In een chalet op Camping ‘t Meulenhuis. Een rustig gelegen stekje waar Jan aan de achterzijde van zijn onderkomen een ruim uitzicht heeft. “Iedere keer zie je de zon weer anders ondergaan.” Eind juli voor het laatst. Het kost Jan moeite zijn tranen te bedwingen. En moeite om over zijn gedwongen vertrek te praten.
Tobben
Cees van Doorn, de huidige eigenaar van de camping, heeft de tientallen bewoners op 27 januari van dit jaar laten weten dat ze per 1 augustus de standplaats van hun chalet kwijt zijn. Het bestemmingsplan is veranderd; er komt woonruimte voor 150 arbeidsmigranten. Maar voor Jan is er géén plek.
Het werd hem kortgeleden te veel. “Ik voelde me misselijk, beroerd. Ik ben in mekaar gezakt.” Wijzend op zijn vriendin Diana. “Ik heb haar gebeld.” Een vriend wordt gealarmeerd. “Hij heeft me voor half dood gevonden.” Het alarmnummer 112 wordt ingeschakeld. “Ze zijn twintig minuten met me bezig geweest.” Jan raakt door alle spanning rond zijn gedwongen vertrek geestelijk in de verdrukking. En fysiek is het ook tobben. “Hartproblemen, prostaatklachten, versleten knieën, geopereerd aan een hernia. In juli terug naar het ziekenhuis; ik heb nog een hernia.”
Alternatief
Ongemerkt glijdt zijn blik naar buiten. “Ik heb het chalet destijds voor 32.000 gulden gekocht. Nu raak ik het kwijt.” Resoluut: “Maar ik ga het niet afbreken! Dan wordt het afgebroken en krijg ik een rekening van 7000 euro.” “Hier wil ik begraven worden. Dit is mijn woonadres. Dan heb ik toch rechten!?”
Jan steekt ook de hand in eigen boezem: “Ik had me in het verleden moeten laten inschrijven. Maar dat is achteraf praten. Ik had niet gedacht dat ik op straat zou komen te staan. De toekomst is somber; er zijn géén huizen. Ik ga niet in de maatschappelijke opvang; met vier mensen in één huis.” Een ander alternatief is ‘Onder de pannen’.
Malen
Zonder gekort te worden op een eventuele uitkering kan een vriend(in) of bekende iemand als Jan, een woningzoekende, voor een jaar onderdak bieden. “’En dan?’ vraag ik de gemeente. ‘Dan zien we wel weer verder’, is het antwoord. Dan heb ik liever een caravan waarmee ik bij het gemeentekantoor op de stoep kan gaan staan.”
“’s Nachts lig ik te malen”, vervolgt Jan. “Ik ga eraan onderdoor. Als ik hier weg moet, is er 25 jaar van mijn leven weg. Waarom is er voor ze het bestemmingsplan wijzigden niet eerst gekeken naar wie er woonden? Ik voel me door de gemeente in de steek gelaten. Voor duizend procent.”
Rein van Willigen
Reactie gemeente Zaltbommel:
“In de raadsvergadering van 5 juni beantwoorde burgemeester Bakermans vragen van de gemeenteraad. Daar werd gevraagd om een stand van zaken. De burgemeester heeft daar, in zijn algemeenheid, laten weten welke inspanningen tot nu toe zijn verricht. Met Dhr. van Eck hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden. En voor een volgend gesprek is een afspraak gepland. Wij gaan niet, via de media, in op deze individuele casus.”















