
Spotlight: In harmonie met de natuur
AlgemeenGerdie van Gerwen uit Hedel heeft het grasland rond haar boerderij in 25 jaar tijd omgetoverd tot een weelderige tuin waar mens en dier graag vertoeven. De natuur zorgt voor woon- en leefcomfort en is voor Gerdie een onuitputtelijke bron van geluk.
Hoe zag de tuin eruit toen je hier kwam wonen?
Gerdie: “25 jaar geleden was alles grasland. Ik zag meteen voor me wat voor tuin ik wilde maken. Binnen een week na de bezichtiging besloten we om het huis te kopen en in het diepe te springen. In de loop der jaren hebben we het grasland stukje bij beetje veranderd tot wat het nu is. In totaal hebben we 70 bomen geplant, waaronder 20 fruitbomen, 300 meter haag gezet en een houtwal van 80 meter aangelegd.”
Waar ben je het meest trots op?
Gerdie: “Op de houtwal. Dat is een stukje landschapscultuur dat we terug hebben gebracht. De houtwal fungeert als windkering en werd van oudsher gebruikt om weilanden van elkaar te scheiden. Je maakt een houtwal door eerst een dam van aarde te maken, met aan twee kanten een greppel. Dat trekt amfibieën aan. Op de wal hebben we essen geplaatst, die horen bij onze streek. En onder de essen een struikgebied met meidoorn, vlierbes, hondsroos, bramen en sleedoren. Planten met naalden en doornen om het vee tegen te houden en die vrucht dragen. Van de bessen maken we jam en sap, het snoeihout gebruiken we voor de kachel. Net als de boeren vroeger. Zo’n houtwal trekt een enorme biodiversiteit aan. Er scharrelen egeltjes onder, vogels nestelen in de struiken, de rups kan er in rust verpoppen. Er zit nu zelfs een das.”
Heb je een favoriete plek?
Gerdie: “Dat wisselt per dagdeel en is ook net hoe mijn stemming is. Ik vind zoveel plekken mooi. De bloemenweide, de boomgaard… Mijn lievelingsboom is de grote treurwilg bij de paardenstal. Die heb ik zelf geplant in het eerste jaar dat we hier woonden. Kijk hoe groot hij nu is. In de bladeren zit acetylsalicylzuur, dat is een pijnstiller. Als paarden zich niet lekker voelen, eten ze van de treurwilg.”
Je zet net als de boeren van vroeger de natuur in voor meer woon- en leefcomfort, kun je daar voorbeelden van geven?
Gerdie: “Een rij leilindes beschermt de dakpannen tegen de westenwind en de kozijnen tegen de felle zoon. De walnootboom bij het huis houdt vliegen en muggen weg. En met vier platanen en een druif creëren we schaduw op het terras. Rondom de boomgaard heb ik een elzenhaag gezet om de fruitbomen uit de wind te houden.”
Wat betekent deze tuin voor jou?
Gerdie: “Ik ben altijd al een natuurfreak geweest, wilde biologielerares worden. Dat is niet gelukt, maar die natuur is in mij blijven zitten. Deze tuin is mijn passie, mijn levenswerk. Tuinieren is verbinden, focussen, observeren. Ik ken ieder bloemetje, boompje en dier. Tuinieren is ook: geduld hebben, niet alles in één keer willen. Je maakt je hoofd leeg, alleen de natuur en ik. Heerlijk. Echt even aarden. Gronden. Iedere ochtend ga ik met een snoeischaar en wat strooitouwtjes op zak de tuin in. Bloemen opbinden, snoeien, klein werk. Grotere projecten pak ik tussen de bedrijven door op, in een half uurtje doe je soms al heel veel. En daarna kan ik met een fris hoofd weer terug naar mijn werk. Het geeft mij energie.”
Is het bewust een vrij wilde tuin?
Gerdie: “Ja, dat is heel bewust. Ik doe dat voor de insecten, vogels, kleine zoogdieren en de biodiversiteit. Zo laat ik altijd een flinke bos brandnetel staan, zodat de vlinders daar eitjes op kunnen leggen. Ik maai een pad door het gras zodat ik een rondje door de tuin kan lopen om ervan te genieten, maar de rest laat ik staan voor de wilde bloemen. Het zit vaak vol met vlinders en bijen en de kikkers hebben zo ook een veilige looproute. Uitgebloeide bloemen laat ik staan. Insecten slapen ’s winters in de stengels en putters (een vogeltje, red) maken er dankbaar gebruik van. Het fruit dat van de fruitbomen valt, laten we liggen voor de vlinders.”
Zijn er veel huisdieren in de tuin?
Gerdie: “Vroeger was het echt een beestenboel. Honden, konijnen, kittens en veulens. Nu hebben we naast alle insecten, amfibieën en vogels uit de natuur ook een kat, wat kippen, een haan en twee paarden. Aangrenzend aan ons terras staat een noodwoning die gebouwd is na de Tweede Wereldoorlog. Dat is de paardenstal. Vanuit de slaapkamer horen we de paarden briesen. Het is een verrijking om de paarden zo dichtbij te hebben.”








