bird
vrijdag 25 september | 18.13 uur

Geschiedenis van de Abdij van Berne

geschiedenis-van-de-abdij-van-berne-1391008260-2

We schrijven het jaar 1132. Ridder Fulco van Berne staat aan de oevers van de Maas, achtervolgd door de Hertog van Brabant en de Graaf van Holland. Zij kunnen het slecht waarderen dat Fulco de jonge Bessela heeft geschaakt. Met volle wapenuitrusting springt hij met paard en al in het koude water en doet de volgende belofte: als hij levend de overkant bereikt dan schenkt hij al zijn bezittingen aan de kerk. Wonder boven wonder overleeft hij en houdt woord: de abdij van Berne is een feit.

Ridder Fulco van Berne
Of het echt zo gegaan is zullen we nooit zeker weten. Feit is wel dat Fulco eerst een aantal augustijnen uit Rolduc benadert om in zijn eigen kasteel een klooster te stichten. Deze samenwerking zal niet optimaal geweest zijn want in 1134 worden zij vervangen door een aantal kloosterlingen van een geheel andere orde: de orde van Prémontré, ook wel norbertijnen genaamd. De abt komt over van de nabijgelegen Abdij van Mariënweerd.

Verwoest
In de komende vier eeuwen groeit de abdij uit tot een geestelijk en wereldlijk centrum in de regio. De Norbertijnermonniken wijden zich aan contemplatie en gebed, maar verlenen ook zielzorg, werkten op het land en waren betrokken bij het aanleggen van dijken. Een abrupt einde volgt als tijdens de Tachtigjarige Oorlog de Watergeuzen voor de poort staan. Zij staan onder leiding van de beruchte admiraal Willem van der Marck, Heer van Lumey, die verantwoordelijk was voor de dood van de Martelaren van Gorcum. Ook in Berne ging hij niet zachtzinnig te werk en de abdij werd in 1572 geplunderd en verwoest. Zeven jaar later ging het gebouw helemaal in vlammen op.

In Berne herinnert slechts een oude waterput aan de indrukwekkende Abdij. Het Oude Huis is mogelijk een tiendschuur of brouwerij geweest. Onduidelijk is of het tot de Abdij behoorde.

Tags