Poederoijen
Was Poederoijen rond 1490 nog een arm dorp waar een roversnest de dienst uitmaakte en de inwoners met vrees voor het water leefden, vandaag de dag is het een vredig en lieflijk dorpje aan de dode Maasarm. Niets herinnert meer aan de zwarte bende die in het roerige verleden rondom de Heerlijkheid Poederoijen huishield. Nu is er alleen nog het jaarlijkse feestgedruis op koninginnedag en af en toe het loeien van een koe.
Het oude veerhuis in Poederoijen
Podarwic
Poederoijen is een dorp in het meest westelijke en één van de laagste delen van de Bommelerwaard, aan de Afgedamde Maas. Al in 815 wordt in een schenkingsakte van Balderic aan de abdij van Lorsch, een landgoed met hoeve in "Podarwic" vermeld.
Oude spellingen van de naam van het dorp zijn onder meer: Podarwic, Puderoygen, Pouderoijen, Poederoyen, Poederooijen. De uitgang "wic" van Podarwic betekent: Uitwijkmogelijkheid in geval van watersnood. Pas in de dertiende eeuw komt de naam Puderoygen voor en weer later wordt het Poederooijen. “Ooijen” staat voor: een laag gelegen stuk land langs de rivier. Over de oorsprong van Puder of Poder lopen de meningen uiteen. Podar of poeder zou kunnen slaan op de zandige grond langs de rivier of op de naam van het Noormannenvolk (de Podar) die hier ooit leefden. Het meervoud van een scandinavisch woord is –ar en de "o" wordt in het Scandinavisch als "oe" uitgesproken. Dus ook deze verklaring is heel aannemelijk.
Armoede
Door de ligging in het laagste deel van de Bommelerwaard hadden de dorpen in de negentiende eeuw voortdurend te kampen met wateroverlast. Vooral hierdoor was de bevolking tot ver in de twintigste eeuw extreem arm. De verlegging van de Maasmond, bracht na 1904 verbetering in de waterstaatkundige situatie. Vanaf die tijd vonden geen dijkdoorbraken meer plaats en kon de agrarische sector zich geleidelijk aan ontwikkelen. Aardappelenteelt en veeteelt vormden van oudsher de belangrijkste middelen van bestaan. Van overtollige aardappelen werd moutwijn gestookt. De verschillende steenfabrieken en een fabriek, waar brandewijn werd gestookt boden arbeiders meestal een zeer karig loon, zodat ze daarnaast zelf wat voedsel verbouwden en soms wat vee hielden. De bevolking was vrijwel uitsluitend protestant met een uitgesproken orthodox karakter.
Vanaf 1817 vormde Poederoijen, samen met Aalst één gemeente, met een oppervlakte van 1622 bunders en in 1867 1025 inwoners. Tot het grondgebied van de voormalige gemeente Poederoijen behoorde ook de zogenaamde buitenpolder Munnikenland, een gebied dat pas in de jaren zeventig van de twintigste eeuw van een ringdijk werd voorzien.
In de tweede helft van de 19e eeuw waren er in Poederoijen en in het gehucht Den Hoek: "67 huizen, 82 huisgezinnen met 450 inwoners die leefden van de landbouw. In het dorp stond, een aardappelen-moutwijnfabriek, een aardappelmeelmakerij, een azijnmakerij en een bierbrouwerij. Tot aan de jaren van de aardappelziekte stond in Poederoijen een van de grootste branderijen van aardappelstroop in Nederland. Daarna zou de Schiedamse graanjenever de koppositie overnemen. De stoomfabrieken stonden op het voormalige kasteelterrein, op de plaats van een in 1832 afgebrand huis. Eigenaar was mr. Daniel Cornelis Viruly, heer van Poederoijen.
Kasteel Poederoijen
In het jaar 870 is
kasteel Poederoijen gebouwd. Een burcht die in 1508 compleet verwoest is. Zowel het kasteel als het huis dat kasteel werd genoemd en in de buurt stond is nu verdwenen. In 1999 en 2000 zijn bij dijkverzwarings-werkzaamheden ten oosten van het dorp restanten van het kasteel blootgelegd.
Het voormalige Kasteel Poederoijen
Loevestein
Een ander kasteel op het grondgebied van Poederoijen is
Slot Loevestein. Deze voormalige staatsgevangenis is nog wel in volle glorie te bewonderen en is één van de grote toeristische trekpleisters van de Bommelerwaard.
Wapen en vlag
Gedurende de korte tijd dat Poederoijen een zelfstandige gemeente was, droeg ze een eigen wapen en vlag. Op 20 juli 1816 werd de gemeente bevestigd in het bezit van het wapen met de volgende beschrijving: “in azuur drie uitgerukte gekroonde leeuwenkoppen van goud”. Bij de winkel van de Heerlijkheid Trompenburg zijn stickers met het oude gemeentewapen verkrijgbaar. Dit was oorspronkelijk het wapen van de heren van Poederoijen. De gemeentevlag bestond uit twee horizontale banen, een gele boven- en een blauwe onderaan. In de gele baan kwam het gemeentewapen voor.
Kerken en bezienswaardigheden
In Poederoijen staan meerdere kerken: de Nederlands Hervormde Kerk, de Chr. Gereformeerde Kerk, de Hersteld
Hervormde Gemeente en de Kerk van de Gereformeerde Gemeente.
In 1880 zijn ter verdediging van de Nieuwe Dijk, als onderdeel van de Hollandse Waterlinie, twee forten aangelegd. Fort Poederoijen bij de Poederoijense Hoek en Fort Brakel, ten westen van Brakel. Poederoijense Hoek is een schilderachtige klein buurtschap met een paar huizen. Het fort en de omringende natuur is in beheer bij Staatsbosbeheer.
Watersnood en het bezoek van Koningin Wilhelmina
Op 8 januari 1926 bezocht koningin Wilhelmina Poederoijen, vanwege de nijpende situatie aan de Maasdijk. In januari 1926 voerde de Maas zoveel water aan dat de dijk in Overasselt brak en het land van Maas en Waal en een deel van Brabant volliep. Ook de IJssel trad op enkele plaatsen buiten zijn oevers. De Bommelerwaard bleef echter droog. Direct daarna werden de dijken verzwaard, de Maas gekanaliseerd en de ontwatering in de binnenlanden verbeterd. De geschiedenis herhaalde zich echter weer in 1995. Het deltaplan grote rivieren zorgde voor een keersluis in het Heusdensch kanaal en een hoogwaterkering in de Wilhelminasluis bij Andel. De dijk werd bij de Bol werd verzwaard. Hierbij zijn in 1999 en 2000 opgravingen uitgevoerd op het voormalige
kasteelterrein.
Plaatselijk bestuur en gemeentelijke samenvoegingen
De inlijving van Nederland bij het Franse keizerrijk in 1810 bracht een nieuwe bestuurlijke organisatie met zich mee. Na annexatie van het gebied ten zuiden van de Waal, in maart 1810, volgde op in juli de rest van Nederland. Ook het plaatselijke bestuur werd gereorganiseerd. De grote invloed van de eigenaren van de heerlijkheden werd aan banden gelegd en er werden gemeenten ingesteld. Het bestuur van de gemeenten werd gevormd door een burgemeester (maire), een adjunct-burgemeester (adjoint-maire) en een gemeenteraad (municipale raad) van tien leden. Burgemeesters van Poederoijen en Aalst werden respectievelijk J.E. Rom van Pouderoijen en W.A. Versteegh.
Lang hield deze herindeling niet stand. Op 4 augustus 1811 werd Poederoijen zelfstandig. Waarschijnlijk is A. Vervoorn vanaf augustus 1811 burgemeester van de nieuwe gemeente Poederoijen, waarvan ook Loevestein en het Munnikenland deel uit maakten. Toen eind 1813 de Fransen verdwenen bleef vooral bij Poederoijen streven bestaan naar grotere bestuurlijke eenheden. De overstromingen veroorzaakten immers zoveel armoede dat de inwoners niet in staat waren een afzonderlijk bestuur te bekostigen. Na 1813 wisselden herindelingen en samenvoegingen elkaar in de West-Bommelerwaard af. Toen op 14 februari 1846 bij Koninklijk Besluit regels omtrent de samenvoeging van gemeenten werden opgesteld, kwam de raad tot een voorstel tot samenvoeging van Poederoijen met de gemeenten Brakel en Zuilichem. De financiële situatie van Poederoijen was toen buitengewoon precair, mede als gevolg van het mislukken van de aardappeloogst in 1845. Het verzet van Zuilichem en Brakel was zo groot, dat de samenvoeging niet doorging. In 1925 werd opnieuw een voorstel gedaan tot vereniging met Brakel, maar ook dit keerzonder succes. “Zo heeft men in Brakel electrisch licht, wordt die gemeente nu met de onze vereenigd, dan zou men in Aalst en Poederoijen ook wel eens electrisch licht kunnen vragen”, was een van de argumenten.
Na de tweede wereldoorlog werd door gedeputeerde staten van Gelderland een commissie ingesteld om de noodzaak en mogelijkheden van een gemeentelijke herindeling in de Bommelerwaard te bestuderen. Het zou nog tot 1955 duren totdat Poederoijen samen met Zuilichem en Aalst op zou gaan in de gemeente Brakel.
Bij een gemeentelijke herschikking in 1998 werden Brakel en de daarin gelegen dorpskernen ingedeeld bij Zaltbommel.
Invloed van de bevolking op het bestuur van Poederoijen
Vanaf 1851 kreeg de bevolking enig invloed op het bestuur, zij het aanvankelijk nog zeer beperkt. Door het kiesrecht konden nu de meest draagkrachtige inwoners zelf de gemeenteraadsleden kiezen. Geleidelijk aan werd de drempel voor dit kiesrecht lager tot uiteindelijk in 1917 het algemene kiesrecht voor mannen en in 1919 het algemene kiesrecht voor vrouwen werd ingevoerd. De rechten van de eigenaren van de heerlijkheden voor zover het de voordracht en benoeming van plaatselijke bestuurders betrof, kwamen in 1851 geheel te vervallen.
Zoals gezegd bleef, afgezien van kleinere wijzigingen, de gemeentewet van 1851 de structuur van de gemeentelijke organisatie bepalen, met uitzondering van een korte periode gedurende de tweede wereldoorlog. In 1941 werd op bevel van de Duitsers de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders buiten werking gesteld en kreeg de burgemeester alle bevoegdheden binnen de gemeente. De toenmalige burgemeester W.J. Pos werd na de bevrijding gedurende de periode juni-oktober 1945 geschorst, hangende een onderzoek naar zijn gedrag in de oorlog. Een dergelijk onderzoek ondergingen alle burgemeesters, die tijdens de oorlog op hun post waren gebleven. Hij werd tijdelijk vervangen door D.W. van Dam van Brakel. Verder werd een tijdelijke gemeenteraad samengesteld tot de verkiezing van de nieuwe gemeenteraad in 1946, waarbij het college van burgemeesters en wethouders grotere bevoegdheden had.
Het Manhuisfonds
Het manhuisfonds is in 1567 gesticht door Johan van Rossem, broer van Maarten van Rossem. Het Manhuisfonds was oorspronkelijk bedoeld ter financiering van een huis voor bejaarden, waarin twee mannen uit Rossum en twee uit Poederoijen zouden worden opgenomen. Het manhuis bestaat al lang niet meer, maar het fonds nog wel. Lange tijd werd het beheerd door de heren van Rossum en werden alleen armen uit Rossum bedeeld. Op grond van de Armenwet van 1851 werd het fonds onder toezicht gesteld van gedeputeerde staten. Nadere bestudering van de akte leerde toen dat de helft van de opbrengsten van het fonds ten goede zouden moeten komen aan alle inwoners van Poederoijen!
Woningbehoefte en geplande woningbouw in Poederoijen in de periode 2005-2014
In Poederoijen worden in de periode 2005-2014 gedoseerd nog ca. 42 woningen gebouwd om te voldoen aan de plaatselijke behoefte. Instroom van elders is te verwaarlozen en wordt gecompenseerd door een geringe uitstroom.