Bommelerwaardgids, alles over de Bommelerwaard Naar de interactieve kaart van de Bommelerwaard * HOME * UITAGENDA * STREEKINFO * STREEKPRODUCTEN * VRIJE TIJD * LEVEN & GEZONDHEID * BEDRIJVEN * Zoeken in de Bommelerwaardgids * Contact met de Bommelerwaardgids ** KAART *

De hoge heerlijkheid Poederoijen en het geslacht Viruly


Poederoijen Viruly
Een aantal notabelen, met op de voorgrond M.J.E. Viruly, heer van Poederoijen. Achter vlnr meester Uljee (schoolhoofd), Gijs Hasselman (ouderling), Gerrit van der Ven (kerkvoogd), notaris Boll, Jan Hasselman (kerkvoogd), Hendrik Willem Bok (ouderling) en Jan de Lang (notabel)

In een heerlijkheid, een afgebakend gebied, had de heer een bepaald gezag, maar dat gezag, de rechten die een heer had in dat gebied, was niet overal hetzelfde. Iemand die "met heerlijkheid bekleed was" behoefde aan niemand verantwoording af te leggen, maar de heren zorgden uiteraard wel goed voor hun gebied want het was voor hun een bron van inkomsten. Rechten die een heer kon bezitten waren o.a. het jachtrecht, visrecht, recht van veer en tol. Een bekend recht was het kerkelijk collatierecht om de voorganger in de kerkelijke gemeente te benoemen.

De heren van Poederoijen hadden het kasteel in leen van de graaf of hertog van Gelre en de grond om het kasteel in onderleen van de heren van Altena en Horne. Heerlijkheden waren erfelijk, maar konden ook verkocht, verleend of verpand worden. Een overheidsregeling uit 1789 maakte een eind aan het bestaan van heerlijkheden, maar na de Franse tijd, herleefden door een besluit in 1814 sommige rechten weer doordat de heren een schout, secretaris of bestuurders van gemeente of polder mocht voordragen. Echter deze laatste overblijfselen van het "heerlijke recht" verdwenen weer met een verandering in de grondwet van 1848. De heren raakten definitief hun rechten kwijt, maar hun bezittingen behielden ze, waardoor vaak hun titel in ere bleef. Pas in 1922 werd in de grondwet de kerkelijke collatie afgeschaft.

Het geslacht Viruly
Het geslacht Viruly stamt uit de Zuidelijke Nederlanden en droeg aanvankelijk de naam Mennekens (Manneken, Vir betekent ook man) Carolus Mennekens, Alias Viruly, werd geboren te Cassel in Vlaanderen in 1413.

Daniël Cornelis VirulyEen verre nazaat van deze Carolus was Daniël Cornelis Viruly, de latere heer van Poederoijen. Hij werd geboren in Rotterdam op 13 augustus 1816 en overleed in Leiden op 4 januari 1862. Hij was de tweede zoon van Michiel Viruly en Johanna Catharina Matthijs(s)en. Michiel Viruly, heer van Vuren en Dalem, was eigenaar van een steenbakkerij en een glasfabriek. Ook andere telgen uit het geslacht Viruly bezaten fabrieken zoals een bierbrouwerij en een jeneverstokerij. Door aankoop in 1840 van Poederoijen kwam daar tevens een aardappelstokerij bij.

Daniël Cornelis vertrok in 1834 naar Leiden om te studeren. Hij behaalde de meestertitel. Hij huwde in Leiden 15 juli 1840 met Anna Wilhelmina van Gorkum, geboren te Kortrijk in Belgie op 16 augustus 1819, dochter van Jan Egbert van Gorkum en Jacoba Lidia Maria de Bere.

Inhuldiging van Daniël Cornelis Viruly in Poederoijen.
In 1840 kocht Daniël Cornelis Viruly de heerlijkheid Poederoijen van Jan Elias Rom. Ter gelegenheid van zijn intrede op 26 augustus 1840 was voor de schooljeugd een feestlied gemaakt dat op de dag van intreden in Poederoijen werd gezongen.

Viruly
Een tekening van de familie Viruly van Poederoijen. Bovenaan Mr. Daniel Cornelis Viruly. Vooraan, vlnr zien we Marie, mw. Anna Wilhelmina Viruly van Gorcum, Cornelia, Mathilde, Constance en Egbert.

De heer D.W. van Dam, de Heer van Brakel, Rodichem en Munnikenland sprak daarbij een welkomstgroet uit. Waarschijnlijk heeft de bevolking van Poederoijen niet zulke goede ervaringen gehad met de voorganger van de heer Viruly, de heer Rom, en waarschijnlijk kon de heer van Dam- van Brakel, de tweede heer van Brakel, het ook niet zo goed vinden met zijn ex collega. Ook vader Michiel Viruly hield een toespraak. Daarin spreekt hij over het feit dat de heerlijke rechten "tot enige weinige attributen zijn gewijzigd, Uw bestemming is dus voornamelijk het geluk van Uwe mede-ingezetenen te bevorderen".

Mathilde Viruly en A.J.F. Egter van WissekerkeToen in Poederoijen op 20 juli 1841 de eerste dochter Michiela werd geboren, was grootvader Michiel Viruly blij met de vernoeming maar verzoekt in een brief van 27 juli 1841 aan de jonge ouders haar als roepnaam Matilde te geven. Later zien we weer de naam als Mathilde geschreven. Mathilde Viruly huwde op 6 mei 1863 in Leiden Abraham Jacobus Frederik Egter van Wissekerke, geboren 22 september 1833 in Zierikzee, kolonel, commandant van het eerste regiment veldartillerie. Zo kwam de naam Egter van Wissekerke in Poederoijen.

Een nazaat, Mr Frederik Jacobus, Daniel Cornelis Egter van Wissekerke was van 1919 tot 1937 burgemeester van Brielle.

Een tastbaar bewijs van de aanwezigheid van de familie Viruly in Poederoijen vormt de steen in de gevel van de voormalige pastorie aan de Maasdijk. Daarop staat de volgende tekst: de eerste steen gelegd op 6 mei 1876 M.J.E. Viruly, heer van Pouderoyen, president kerkvoogd.

Het Heerenhuis van de familie Viruly
In de omgeving van het kasteel heeft tot het eind van de vorige eeuw ook een aanzienlijk huis gestaan dat in bezit was van de familie Viruly. Deze familie had op hun terrein een stoomaardappelmeel- en een stijfselfabriek, terwijl in de tijd van de vorige bezitter Rom door een zekere Olivier in 1829 een aardappelmoutbranderij en in 1836 een Bierbrouwerij annex azijnmakerij opgericht werd. Vijfentwintig jaar was er op deze plek industrie.

Uit een brief van 20 juni 1876, gericht aan M.J.E. Viruly van Poederoyen te Amersfoort, afkomstig van De Commissie van Watersnood voor Brakel en Poederoyen blijkt dat het Heerenhuis toen gebruikt was als huisvesting voor degene die hun woning verloren hadden. De brief was ondertekend door de voorzitter Van Dam en de secretaris penningmeester de heer L. W. Loysen Dillié, geneesheer te Brakel.

Ook uit een krantenbericht van het Vaderland van 28 maart 1976 blijkt dat met name de geredden van de Vleugeldijk voor het grootste gedeelte opgenomen waren in het Heerenhuis. Ruim honderd vluchtelingen vonden daar onderdak. Bij een bezoek van de krant aan het herenhuis bleek dat de huisgezinnen over de verschillende kamers waren verdeeld. Iedere kamer was van een kookkachel voorzien. De oudere vrouwen bereidden het middagmaal en de jongere vrouwen waren aan het schrobben en wassen. De mannen moesten zich, wanneer de omstandigheden en het weer dat gedoogden, buiten het huis ophouden, een uitmuntende maatregel om de lucht binnenshuis zolang en zoveel mogelijk fris te houden. De voorraadkamers van het Heerenhuis waren door de zorg der Gorinchemse commissie een aanzienlijke hoeveelheid van allerhande levensmiddelen bijeengebracht. Er lagen stapels broden, tonnen met scheepsbeschuit, spek, kaas, en bussen met verduurzaamde spij­zen waaronder zelfs enkele met doperwten. Ook aan brandstoffen en veevoerder was evenmin geen gebrek. Het vee was ondergebracht in de stallen en gedeeltelijk in een loods. De heren van Andel en Brienen, beide leden van de Brakelse commmissie waren belast met de dagelijkse uitdeling van levensmiddelen en verdere behoeften. Het huis is waarschijnlijk door een brand verwoest en in 1885 volledig afgebroken.





FEITEN & CIJFERS

Naam Heerlijkheid Poederoijen
Locatie Poederoijen

Lied ter ere van inhuldiging van Daniël Cornelis Viruly in Poederoijen op 26 augustus 1840:

Triumf! triumf! 't is vreugdedag,
De schoonste, die het dorp ooit zag,
Onz' Heer komt jub'lend binnen!
En met zijn' gade aan zijn' zij
Zijn zij met ons verheugd en blij
Dat wij hen hart'lijk minnen

Heil, driewef heil, o dorpsgenoot!
Gij ziet deez' dag 't geluk vergroot,
Uw' jong en oude tieren. Golf uit! –
Waai vlag en wimpel op!
Van huis en kerk, van torentop
En doet het dorp versieren!

Gedekt door boog en eerekroon,
Prijkt als de Noordstar, steeds zóó schoon,
Onz' Heer in vollen luister!
Dat elk z'in Pouderoijen ziet,
Haar stralen opvang', die zij schiet,
Haar heerlijkheid bij duister!


Ons dorp ging zwaar in rouw gehuld
't Is nu met vreugde opgevuld;
Komt, zingt dan jubeltonen!
God! hoort der kind'ren loflied aan,
Laat nooit hun werk onspoedig gaan,
Maar wil het gunst'rijk loonen!


Ook klink' van onz' geboortegrond 't Trompet-geschal
thans luid in't rond,
Den Nabuur zelfs in d' ooren!
En toon' hem huis en gevel hier,
Het loof, dat pad en weg versier':
Het heil ons steeds beschoren!


Heb dank, o wijs besturend God!
Beschikker aller Heeren lot
En aller menschen wegen.
Uw heil rustt' op onz' Heerlijkheid,
Word' over gansch het dorp verspreid,
Is elken stand ten zegen!